Albatrossen stormvogels

Bird of good omen

De wind strijkt langs de zee.  Wrijving tussen lucht en water  laat beide golven. De luchtstroom wordt  bij elke golf omhoog gestuwd.  Albatrossen en andere  zeevogels laten zich door de stijgwind , omhoog voeren. Vandaar zweven ze weer omlaag tot ze bij een volgende golf aankomen waar het spel zich herhaalt.  Zonder een vin te verroeren reizen ze zo dagen lang  kilometers ver.

Bij de oversteek van de Drake passage met Bark Europa wordt van ons verwacht dat we ’s nachts wachtlopen. Comfortabel zittend op een  bankje bij de voorplecht geeft het deinen van het schip een heerlijk gevoel en als vanzelf hoor ik in mijn hoofd de melodie van het liedje “Albatros” uit het album ‘The Pious Bird of Good Omen’ van Fleetwood mac. 

In de zwarte nacht kan je rondom de boot nog net het golvend oppervlak van de zee zien in de verlichting van de schip. En, ja hoor, daar doemt vanuit de duisternis een grote vogel op, die vervolgens weer verdwijnt in de nacht, een albatros. Puur geluk.

Southern Royal Albatross, Wandering Albatross.

Southern Royal albatross en Wandering albatross. Beide soorten hebben een spanwijdte van meer dan drie meter. Die van de Wandering Albatross is volgens sommige experts wat groter dan die van de Southern Royal Albatross. De laatst genoemde heeft een zwarte rand aan de onderkant van de bovensnavel, de Wandering albatros heeft die niet. Andere verschillen zijn minder éénduidig. De Wandering albatross schijnt een wat bollere kop te hebben. De albatros op de laatste van de vier foto’s heeft een wat onduidelijke zwarte rand aan zijn snavel. Maar dat lijkt eerder een schaduwrand te zijn dan de typische zwarte rand van een Southern royal albatross. Jonge albatrossen zijn, net als jonge meeuwen bruin. Vanaf de eerste rui worden ze bij elke rui een beetje witter. De bruine veren vormen bij deze albatros een wat vlekkerig patroon. Dat wijst in de richting van een jonge Great wandering albotross.

Sommige albatrossen, blijven bruin. Zo wordt het wel erg moeilijk om de soorten uit elkaar te houden

Verticaal vliegen, Wenkbrauwalbatros

Het blijft merkwaardig om te zien, het lichaam en de vleugels verticaal, de kop horizontaal en dan gewoon doorvliegen.

Thalassarche melanophris, Wenkbrauwalbatros

Zout

Na de beide soorten reuzenstormvogels, (foto 1. en 2 noordelijke – en foto 3 zuidelijke reuzenstormvogel.) toch nog een Albatros, (Roetkopalbatros, Phoebetria palpebrata), foto 4.

Bij zowel de Zuidelijke reuzenstormvogel (foto 3) als bij de Roetkopalbatros hangt er een druppel aan de snavel. Anders dan een druppel aan de neus van sommige wat oudere mannen, hangt die daar met een reden. Met name albatrossen komen soms jaren lang niet aan wal. Via de vis die ze vangen nemen ze ook zout op, bovendien drinken ze zonodig ook nog eens zeewater. Een klier aan de basis van de snavel concentreert het zout. De snavels van albatrossen en stormvogels hebben buisjes en gootjes om het water met de hoge zoutconcentratie naar de snavelpunt te geleiden, foto 1. Daarvandaan valt het terug in de zee. Zo raken de vogels het overtollige zout weer kwijt.

Vliegende dambordjes, Kaapse stormvogel

Kaapse stormvogels zwermen in groepjes rondom de boot. Hun sociale leven speelt zich voor mijn neus af op de golven. De vierde foto laat me denken aan een schoolplein waar vier vriendinnen een roddelgroepje vormen. De vijfde lijkt niet welkom. Leunend over de reling aan bakboord zie ik beneden me een onwaarschijnlijk blauwe zee. Vlak bij de scheepsromp zwemt een Kaapse stormvogel, kurkdroog in de nattigheid. In het glasheldere water tekenen de pootjes zich haarscherp af slechts vervormd door de breking van het water.