Kruipende dieren

Chiriqui glass frog, (ook wel powdered glass frog), Teratohyla pulverata

Drie soorten wimpergroefkopadder

De ‘wimper’ in de naam verwijst naar de uitstekende schubben boven de ogen. De gaten aan weerszijde van de neus, waaraan deze slangen de naam, groefkopadder, te danken hebben bevatten sensoren die gevoelig zijn voor infrarode straling. Hiermee kunnen ze ook ’s nachts een prooi lokaliseren. Door de vorm van de groeven kunnen ze waarnemen in welke richting die zich bevindt. Omdat deze giftige slangen zich nogal eens in plantages ophouden zijn bijtincidenten met plukkende arbeiders niet zeldzaam. Er bestaan drie varianten, prozaïsch variant A, B en C genoemd. (Van versie ‘B’ is er hier geen foto.) Deze slangen heten ook wel Schlegels grijpstaartadder.

Helm basilisk

Basilisken (foto hier boven) hebben enorm grote achterpoten. Daarmee zetten ze zoveel kracht dat ze een heel eind over een wateroppervlak kunnen rennen.   Dit komt ze goed van pas als ze gestoord worden bij een zonnebad op een overhangende tak boven een stroompje. Je hoort en ziet een hoop gespetter maar het beest is verdwenen.

Hagedis

Gifkikkers

Hieronder twee soorten pijlgifkikkertjes, (Dendrobatidae), foto 1t/m 3. De Nederlandse naam zegt het al, bosbewoners gebruiken de kikkertjes om gif te bereiden.  Ze dopen hun pijlen in het gif. De ongelukkige aap die door zo’n pijl getroffen wordt valt dood uit de boom en wordt die avond opgegeten door de gelukkige jager en zijn familie.

De mooie kleuren waarschuwen potentiële roofdieren dat ze deze kikkertjes beter met rust kunnen laten. Dat gif van de kikkertjes zit in de huid.  Eén van onze gidsen had na het vast pakken van zo’n kikkertje eens bij ongeluk in zijn ogen gewreven. Hij heeft drie dagen niet kunnen zien.  

De kikkertjes maken dat gif overigens niet zelf. Planten beschermen zich tegen vraat door gifstoffen aan te maken. Sommige insecten trekken zich daar niets van aan. Ze eten de plant gewoon toch. Als het pijlgifkikkertje daarna op zijn beurt deze insecten eet, komt dat gif uiteindelijk in zijn huid terecht.

Roodoogmakikikker.

De roodoogmakikikker (foto 4 hier boven) is niet giftig, hij gebruikt zijn kleuren op een andere manier dan de pijlgifkikkertjes. In rust zit hij met zijn ogen dicht, en de poten onder het lichaam gevouwen. Zo is hij een onopvallend kloddertje groen op een groen blad. Wordt hij desondanks toch aangevallen, dan opent hij zijn ogen en springt op. Plotseling verschijnen de blauw met geel gestreepte flanken en het oranje-rood van de poten en ogen.

De aanvaller zal schrikken van de onverwachte gedaanteverandering. Misschien houdt hij dit fel gekleurde beestje voor giftig. De verwarring geeft het kikkertje de tijd om zich uit de voeten te maken.

Dan is er nog de bepoederde glaskikker (5 en 6). Deze kikker is èn niet giftig èn heeft geen opvallende kleur om predatoren te laten schrikken. Hij heeft een schutkleur en leeft ’s nachts, dat helpt ook.

Krokodil en kaaiman