Slangen, Leguanen, Basilisk, Hagedis, Gifkkers, Roodoogmakikikker Krokodil en Kaaiman

Kruipende dieren
Chiriqui glass frog, (ook wel powdered glass frog), Teratohyla pulverata
Drie soorten wimpergroefkopadder
De ‘wimper’ in de naam verwijst naar de uitstekende schubben boven de ogen. De gaten aan weerszijde van de neus, waaraan deze slangen de naam, groefkopadder, te danken hebben bevatten sensoren die gevoelig zijn voor infrarode straling. Hiermee kunnen ze ook ’s nachts een prooi lokaliseren. Door de vorm van de groeven kunnen ze waarnemen in welke richting die zich bevindt. Omdat deze giftige slangen zich nogal eens in plantages ophouden zijn bijtincidenten met plukkende arbeiders niet zeldzaam. Er bestaan drie varianten, prozaïsch variant A, B en C genoemd. (Van versie ‘B’ is er hier geen foto.) Deze slangen heten ook wel Schlegels grijpstaartadder.








Helm basilisk
Basilisken (foto hier boven) hebben enorm grote achterpoten. Daarmee zetten ze zoveel kracht dat ze een heel eind over een wateroppervlak kunnen rennen. Dit komt ze goed van pas als ze gestoord worden bij een zonnebad op een overhangende tak boven een stroompje. Je hoort en ziet een hoop gespetter maar het beest is verdwenen.
Hagedis

Anolis osa.
Roger, onze gediplomeerde gids op het schiereiland Osa aan de zuid-westkust, bleek een enorme kennis te hebben over de fauna en flora van Costa Rica. Hij vertelde verhalen over de evolutie, over taxonomie en nog veel meer. Die kennis heeft hij vooral verworven door zelfstudie. Het maakte me blij, begeleid te worden door zo’n slimme nieuwsgierige liefhebber van de Costa-Ricaanse natuur.
Hij vertelde dat er wel een probleempje is met de identificatie van de Anolis osa. Deze hagedis komt algemeen voor op het schiereiland. Een andere Anolissoort, A. polylepis, ziet er precies hetzelfde uit. De Polylepis leeft ook in het Zuid-westen van Costa Rica maar juist niet op Osa. De laatste jaren nu heeft de polylepis zijn areaal uitgebreid en wordt nu ook wel eens aangetroffen op Osa. Het enige onderscheid tussen de twee soorten is de vorm van de hemipenissen (hagedissen en slangen hebben er twee). Die van de polylepis en die van de osa hebben een verschillende vorm. De gids heeft het hier maar bij gelaten en geen verder onderzoek gedaan. Overigens, ik heb niks gehoord over het onderscheid tussen de vrouwtjes van deze twee soorten.
Gifkikkers
Hieronder twee soorten pijlgifkikkertjes, (Dendrobatidae), foto 1t/m 3. De Nederlandse naam zegt het al, bosbewoners gebruiken de kikkertjes om gif te bereiden. Ze dopen hun pijlen in het gif. De ongelukkige aap die door zo’n pijl getroffen wordt valt dood uit de boom en wordt die avond opgegeten door de gelukkige jager en zijn familie.
De mooie kleuren waarschuwen potentiële roofdieren dat ze deze kikkertjes beter met rust kunnen laten. Dat gif van de kikkertjes zit in de huid. Eén van onze gidsen had na het vast pakken van zo’n kikkertje eens bij ongeluk in zijn ogen gewreven. Hij heeft drie dagen niet kunnen zien.
De kikkertjes maken dat gif overigens niet zelf. Planten beschermen zich tegen vraat door gifstoffen aan te maken. Sommige insecten trekken zich daar niets van aan. Ze eten de plant gewoon toch. Als het pijlgifkikkertje daarna op zijn beurt deze insecten eet, komt dat gif uiteindelijk in zijn huid terecht.






Roodoogmakikikker.
De roodoogmakikikker (foto 4 hier boven) is niet giftig, hij gebruikt zijn kleuren op een andere manier dan de pijlgifkikkertjes. In rust zit hij met zijn ogen dicht, en de poten onder het lichaam gevouwen. Zo is hij een onopvallend kloddertje groen op een groen blad. Wordt hij desondanks toch aangevallen, dan opent hij zijn ogen en springt op. Plotseling verschijnen de blauw met geel gestreepte flanken en het oranje-rood van de poten en ogen.
De aanvaller zal schrikken van de onverwachte gedaanteverandering. Misschien houdt hij dit fel gekleurde beestje voor giftig. De verwarring geeft het kikkertje de tijd om zich uit de voeten te maken.
Dan is er nog de bepoederde glaskikker (5 en 6). Deze kikker is èn niet giftig èn heeft geen opvallende kleur om predatoren te laten schrikken. Hij heeft een schutkleur en leeft ’s nachts, dat helpt ook.


Antarctica