
Zes of acht poten
Parasolmieren
De optocht van Parasolmieren lijkt wel een processie. De stukjes plantenblad en bloemetjes figureren daarbij als de heiligenbeelden, die het dorp worden rond gedragen. De stukjes blad zijn door de mieren met hun kaken uitgeknipt. De optocht heeft overigens een seculier doel, de Parasolmieren brengen de stukjes blad naar hun ondergrondse nest. Werkstermieren kauwen het plantenmateriaal fijn tot er een soort papier-maché ontstaat. Na enige tijd gaan de plantendelen schimmelen. De mierenlarven in het nest worden gevoerd met de eiwitrijke schimmel.
Wielwebspin, Cicade, waterjuffer etc.
Het web van de Wielwebspin, kan tot één meter groot worden. De Engelse naam, Golden silk orb_weaver spider,verwijst naar de goudachtig glanzende draden van het web.
Meestal hòòr je een cicade. Ze zitten vaak hoog in een boom en op een verscholen plaats. Eén maal liepen we met ons ons groepje een bosje in tijdens een speurtocht naar een vogeltje dat bekend staat om zijn danskunsten, de Manakin. Het was nog vroeg en de temperatuur was laag. Cicades beginnen pas te tsjirpen bij temperaturen boven de 25 graden Celsius. Na verloop van tijd sloegen de cicaden aan, zo luid dat het even leek of er een vliegtuig langs kwam. Kennelijk waren ze op bedrijfstemperatuur gekomen. Deze foto is bij een andere gelegenheid genomen. Ik stond op mijn balkonnetje en keek uit over de Pacifische oceaan. Rechts van me op een boomstam zat deze cicade. Ik had geluk, hij liet zich van alle kanten bewonderen en fotograferen, overigens zonder geluid te maken.









Antarctica