Pinguïns

Adelie pinguïn

Pinguïns

Pinguïns kunnen sleetje rijden op hun buik, ze maken snelwegen in de sneeuw, ze spelen ‘King of the Mountain’ op een ijsschots, ze stelen nestmateriaal bij de buren, ze kijken elkaar in de ogen tijdens de paring.  Als één van de ouders terugkomt bij het nest en zich bij de andere ouder aanmeldt dan geeft dat veel röring. De ouderpinguïns zingen en ze maken een dansje. De stank van ammoniak bij de kolonies is niet te harden.

Drie soorten

Gentoos

Een broedkolonie van Gentoos. De rotsen kleuren rood van krill in de uitwerpselen.

Druk verkeer op de ‘Penguin_highway’. Het bestaan van deze uitgelopen paden vergemakkelijkt het leven aanzienlijk voor de pinguïns. Hier lijkt men links te houden. Wij moeten uitkijken om geen losse voetafdrukken achter te laten naast de highway. Zo’n afdruk is al gauw kniediep. Een pinguïn die daarin verzeild raakt komt er niet meer zomaar uit. Tegelijkertijd is niet de bedoeling dat wij ook gebruik maken van paden die de pinguïns voor zichzelf hebben uitgesleten. Het komt er op neer dat we in ganzenpas baggerend door de sneeuw onze eigen paden maken.

Deze Gentoos spelen ‘ king of the mountain” op een ijsschots. Het is niet moeilijk om te zien wie er dominant is en wie de onderliggende partij.

Adeliepinguïns

Adeliebroedkolonie. Pinguïns gebruiken steentjes voor het bouwen van een nest. Ze worden min of meer in een ring gelegd zodat de eieren bij elkaar blijven. Het is veel gemakkelijker een steentje bij de buurman te gaan halen dan om zelf op zoek te gaan. Zo veranderen de steentjes voortdurend van eigenaar. Een bioloog heeft eens een pinguïnstel voorzien van groene steentjes. Aanvankelijk was er zo één nest met uitsluitend groene steentjes. Aan het einde van het broedseizoen waren de groene steentjes verspreid over de hele broed kolonie.

De afstand tussen de nesten wordt bepaald door twee factoren. één, de reikwijdte van twee pinguïnsnavels en twee de lengte van een poepstraal.

De ogen van Adeliepinguïns tonen heel duidelijk in welke richting de pinguïns kijken. Het oogwit en de witte oogranden helpen daar bij. Parende pinguïns lijken elkaar ook aan te kijken.

Er is ook een kleine scene die me ontroert. Een Adeliekuiken pikt naar de vleugel van één van de ouders, laten we zeggen vader. Hij pikt een paar keer mis, alsof hij niet goed durft. Ten slotte pakt hij heel voorzichtig de vleugel beet met zijn snavel. Het lukt de kleine om de aandacht van vader Adelie te krijgen die draait zich naar hem toe, als wou hij zeggen:”Wat is er schat?”. Het jong lijkt een beetje bedremmeld te kijken.

Verderop maken drie pinguïns gezamenlijk een soort Escherplaatje.

Waar Pinguïns broeden is de Skua nooit ver weg.