Bos en veld

Gele kwikstaart

Roodkeelnachtegaal

(Foto 13) Roodekeelnachtegaal, helemaal uit Siberië

De verleiding werd me te machtig. Het was februari 2016. Al twee weken zoemde rond dat er een roodkeelnachtegaal was gesignaleerd in Hoogwoud, een gehucht in de kop van Noord-Holland. De dwaalgast uit Siberië was neergestreken in de tuin van een doorzonwoning. In plaatselijke- maar ook in landelijke kranten werd dit nieuws groot gebracht. Zelfs het TV-journaal besteedde aandacht aan de bijzondere gebeurtenis.

Lees meer over de roodkeelnachtegaal

De roodkeelnachtegaal bleek nota bene een bijdrage aan de economie van Hoogwoud te leveren. De eigenaren van de tuin kregen een grote aanloop van fotografen die de zeldzaamheid wilden vastleggen. De bewoners van het huis stelden hun tuinkamer ter beschikking aan kijkers en fotografen. Tegen een kleine vergoeding kregen ze tien minuten toegang tot het raam. Op den duur werd het de bewoners toch te gortig en ze sloten de deur voor bezoekende vogelliefhebbers. Die moesten zich voortaan behelpen met een plek in het straatje dat langs de tuin van het huis liep. De ongelukkige buren die niet hadden kunnen profiteren van het bezoek van de roodkeelnachtegaal konden wèl hun toilet aanbieden voor vijftig eurocent. In het dorp werd door andere dorpsbewoners een koek-en-zopie gestationeerd waar de kleumende fotografen voor een bescheiden bedrag warme chocolade of koffie konden krijgen. Dat was een slim idee want het was februari en behoorlijk koud. Na verloop van tijd begon de drukte wat te luwen. De roodkeelnachtegaal bleef al die tijd op zijn post. Hij was kennelijk van plan om de winter in Nederland door te brengen.

Twee weken hield ik het vol om niet mee te doen aan deze gekkigheid. Toen gaf ik gaf ik mij gewonnen en trok ik naar Hoogwoud met mijn fotospullen en een doosje levende meelwormen als gage voor het fotomodel.

Een groepje van zo’n twintig fotografen en belangstellenden hield eerbiedig enkele tientallen meters afstand van de heg waar de Siberische schoonheid haar opwachting zou moeten maken. Het wachten duurde lang. Ik werd steeds geplaagd door de angst dat het dier er vandaag de brui aan had gegeven. Misschien was hij wel vertrokken naar een andere plaats. Sommigen in het wachtende groepje waren langdurige vaste bezoekers. Ze hadden van alles te vertellen over de gewoonten van de nachtegaal, hoe lang het kon duren voordat hij zou verschijnen, wanneer hij wel en wanneer hij niet te voorschijn kwam, wat hij at, etc. Eén van de fotografen had een rustieke dikke boomtak neergelegd om foto’s een meer natuurlijke uitstraling geven. Gelukkig bleek ons model nog steeds bereid te poseren. Hij (het vrouwtje heeft een wat fletser koppatroon) kwam vanuit de heg de straat op. De meelwormen vonden gretig aftrek. Nadat ik mijn foto’s had gemaakt werd het tijd om te vertrekken. Het doosje met de resterende meelwormen bleef achter voor de fotografen die nog aan de beurt moesten komen. Per slot van rekening had een voorganger van me ook goed voor mij gezorgd door zo’n mooie tak achter te laten.

Adder, (Vipera berus)

Haaksbergen, een zonnige dag in maart. Tussen de gele grashalmen liggen adders zich te warmen in de zon , soms met een paar tegelijk. Ze zijn traag, want nog niet op bedrijfstemperatuur. Een vriend heeft mij mee genomen naar dit heidegebied om te zoeken naar adders die net ontwaakt zijn uit hun winterslaap. Pas als hun lijf warm genoeg is kunnen ze een partner gaan zoeken en op jacht gaan. Deze adder heeft een rode mijt op zijn neus. Misschien is die ook opzoek naar een maaltijd. Niet leuk voor de adder.

Lees meer over de adder

Wij zijn niet de enige wandelaars in het heide gebied. Er zijn ook vaders en moeders met kinderen, kinderwagens en honden. Ze kijken wat verbaasd naar twee mannen op hun knieën in het gras. Eén van de passerende moeders vraagt wat wij aan het doen zijn: “Foto’s maken”. “Waarvan?”. “Adders”. Verschrikt wordt een hondje opgetild, kinderen geroepen en het gezinnetje loopt met een grote boog om ons en de adder heen.

Naar verluidt is het sinds enige tijd niet meer toegestaan in deze periode van het jaar over deze heide te lopen. De verhouding wandelaars en fotografen is te zeer verschoven in de richting van de fotografen. De zorg is dat de beschermde dieren te vaak gestoord zouden worden.