Dave and Dave’s Costa-Rica Nature Park

Witnekkolibrie

Dave & Dave’s Costa Rica Nature Park.

Over een project van natuurherstel

Een half dozijn  vermiljoen rode bloemen vormen een rij van zo’n tien à vijftien meter.  De stelen zijn geplaatst in metalen buizen die dienen als vaas.   De vreemde bloemen zijn opgebouwd uit driehoekige bakjes met de opening naar boven, alsof het de bedoeling is regen op te vangen. De bakjes zijn gerangschikt min of meer als tarwekorrels in een korenaar, boven op elkaar, afwisselend links en rechts van de steel.  Verschillende soorten kolibries zwermen rondom de bloemen. Ze strijken neer op de randen van de bakjes om honing uit de bloemen te zuigen.  Af en toe zijn er schermutselingen.

De opstelling wordt geflankeerd door een lange veranda. Mijn zeven medereizigers, de reisleider en ik  zitten op een rij, in stapelbare tuinstoelen van wit plastic. Statief en fototoestel gereed voor gebruik.

Schubbuikkolibrie en roodstaarttamazilla (onder)

Een jonge man van  ergens in de dertig, Dave, merkt op dat kolibries erg territoriaal zijn.  Vanwege hun hoge energieverbruik hebben kolibries een onafgebroken toevoer van honing nodig.  Ze willen geen concurrentie in hun territorium.  Het valt me op dat ze niet schuw zijn. Soms komen ze vlakbij.   Dave: “Zij hebben geen enkele interesse in ons. Wij zijn voor hen net zo gevaarlijk als een slome koe”.

Lees verder

Verwijzend naar de naam van het natuurpark, Dave en Dave’s Costa Rica Nature Park, vraag ik wie de andere Dave dan wel mag wezen; zijn vader.  Daarna wil ik ook nog weten of zijn naam, of die van zijn vader de eerste Dave in de naam van het park is. Een licht geïrriteerd gebaar en hij vertelt dat zijn vader zo’n dertig jaar geleden, ergens in de tachtiger jaren van de vorige eeuw,  een stukje land van een failliete plantage heeft gekocht. Hij, zijn vader, is opgegroeid in de USA en hij was op een of andere manier terecht gekomen in Costa Rica. Hij vond er een baan,  trof er hij zijn vrouw, ze kregen een zoon, Dave, en hij begon een project om de natuur van Costa Rica een zetje in de goede richting te geven.

Vader Dave rooide de palmen van de plantage en plantte bomen die van nature in dit gebied groeien. Iedere keer als hij wat te besteden had, kocht hij er een deel van de plantage bij.  Zo vormde zich een stukje oerwoud met de oorspronkelijk Costa Ricaanse flora. Ook de Midden Amerikaanse fauna vond hier na verloop van tijd zijn weg  De tijdgeest in Costa Rica werkte zijn voordeel. In de tachtiger jaren was het bos op zo’n 25% na gerooid o.a. om plaats te maken voor plantages. De regering besloot om van ecotoerisme een verdienmodel te maken voor het land. Nu is het land weer voor ongeveer 80% begroeid met de oorspronkelijke vegetatie.

Zoon Dave had intussen een business opleiding in de USA gevolgd en stelde voor om het park te beheren als een bedrijf. Om te beginnen moest er de lange veranda gebouwd worden met een opstelling van bloemen.

Toen de kolibries de opstelling eenmaal ontdekt hadden zocht hij op waar natuurreizen van National Geographic zoal naartoe gingen. Ze bleken praktisch langs de voordeur te komen.  National Geographic ging graag in op de uitnodiging om het natuurpark gratis te bezoeken met hun toeristen.

Van het een kwam het ander. Het park wordt nu ook bezocht door professionele fotografen die liever hier komen fotograferen en filmen dan dat ze dagen door het oerwoud struinen om een shot van een kolibrie te maken. Met het geld dat de bezoekers inbrengen wordt het bos beheerd en uitgebreid. 

Pa Dave is nu een wat broze oude man die tevreden kijkt naar wat hij in de jaren tot stand gebracht heeft. Het moet een goed gevoel geven om te weten dat zijn zoon verder gaat met het project.

Overigens weet ik nog steeds niet of de eerste Dave in de naam van het park de zijne is of die van zijn zoon.

De kolibries