Scharrelaars etc

(Europese)scharrelaar

Draaihals

Nachtegaal

Grauwe gors

De Grauwe gors, hieronder, heeft de grootste moeite om het rood-zwarte kevertje uit de grasaar te peuteren. Het kevertje kruipt steeds dieper weg. Het lukt de Gors steeds maar niet om alleen de kever beet te pakken. Elke keer heeft hij ook een paar sprieten in zijn snavel en de kever laat niet los. Eigenlijk is de Gors een zaadeter. Zijn dikke snavel is geschikter voor het kraken van zaden dan voor dit soort precieziewerk. Echte insecteneters hebben een dunne spitse snavel.

Lees verder

Tegenover mijn lagere school in Goes lag een graslandje, het ‘geitenweitje’. Daar groeide hetzelfde type gras. We noemden de aar op z’n Zeeuws, ‘kruper’, een kruiper. In de pauze stopten we zo’n kruiper bij de pols in de mouw van onze trui. Met de punt omhoog en de sprieten omlaag schoof de aar bij elke beweging van de arm een beetje omhoog. Tegen de tijd dat de lessen waren afgelopen was zo’n aar wel ongeveer bij je nek gearriveerd. Dit spelletje paste natuurlijk niet in de orde van het klaslokaal. Ik kan me overigens niet herinneren dat iemand er ooit voor gestraft is, of zelfs maar is betrapt.

Voor het torretje staat er heel wat meer op het spel.

Het lukt de Gors uiteindelijk het insect te grazen te nemen en hij heeft het zich goed laten smaken.

grauwegors

Hop

De hop heeft een grondnest gemaakt onder een steen. Wij, mijn fotomaatje en ik, schrokken ons wild. Een slang kroop over de grote steen naar de nestopening en ging naar binnen. Even later verliet hij het nest. Gelukkig, hij had geen verdikking in zijn lijf. Kennelijk had hij de hopkuikens ongemoeid gelaten. Later hoorden wij dat hopvrouwen en hun jongen een zodanig walgelijk stinkende schijt kunnen produceren dat die elke slang de eetlust beneemt. De hop wordt ook wel schijt- of drekhaan genoemd.